Het belang van goed sorteren

Goed sorteren creëert een ‘zuivere afvalstroom’, waarmee je meer kan maken dan met gemengde materialen. Om verpakkingen te produceren van 100 procent gerecycled materiaal moet je afval van hetzelfde materiaal bijeenhouden. Je mag het niet mengen met andere grondstoffen

De beste manier om dat te doen, is door goed te sorteren bij de bron: de consument. Maar hoe meer je hem laat sorteren, hoe meer transport en energie je nodig hebt. Sommige verpakkingen, zoals petflessen, kan de consument makkelijk gescheiden houden. Maar bij andere is het moeilijker en verwarrender. Als een consument niet weet wat hij met een verpakking moet aanvangen, dan kan hij die thuis in een zak stoppen. Dan is het aan het sorteercentrum om ze er achteraf uit te halen. Het materiaal is dan minder zuiver, maar je verbruikt minder energie.

Dankzij het schoonmaken met capsules en herbruikbare verstuivers hoeven deze alleszins al niet meer gesorteerd te worden. De verstuivers zijn vervaardigd uit duurzaam, gerecycleerd plastic en gaan jaren mee. Raakt deze toch beschadigd, dan wordt deze natuurlijk best zo goed mogelijk weer verwerkt. Hoe dan ook wordt dankzij deze manier van schoonmaken het plastic afval aanzienlijk beperkt.

Veel van dit plastic afval vindt immers zijn weg niet naar verwerkingsbedrijven. Wereldwijd worden plastic flesjes en zakjes op straat en in de natuur gedumpt. Soms blaast de wind het afval de rivieren in en drijft het zo naar de zee. In de oceanen dobbert naar schatting 150 miljoen ton plastic – jaarlijks komt daar 4,6 tot 12,7 miljoen ton bij. Het plastic verzamelt zich in de spiraalstromen die ontstaan waar de zeestromingen samenkomen: de beruchte drijvende vuilnisbelten.

Na verloop van tijd breekt het plastic in kleinere stukjes, onder invloed van zonlicht (uv). Slechts enkele soorten schimmels en één bacterie kunnen plastic afbreken. Het grootste deel van onze rommel is dus bestemd om zo goed als eeuwig rond te dobberen. Zeedieren die de stukjes afval als voedsel aanzien, stapelen het plastic op zonder het te verteren. Ze verhongeren met een volle maag. De dieren in de zee zijn overigens niet de enige die lijden onder onze afvalproductie: jaarlijks sterft in Vlaanderen een honderdtal koeien na het eten van zwerfvuil.

Opruimacties pogen de rommel weg te werken en de bevolking bewuster te maken voor de zwerfvuilproblematiek. De grootste van die initiatieven is het Nederlandse The Ocean Cleanup, dat in 2018 van start gaat. Tegen 2020 willen de organisatoren wekelijks drie ton plastic opvissen.

Dan is er nog de fractie plastic die wel bij een verwerker belandt, maar niet op de juiste manier. Via cijfers van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) berekende Buurman dat 38 procent van de flessen en flacons in de restafvalzak terechtkomt. Dat plastic wacht geen mislukt verteringsproces in de maag van een (zee)koe, maar een vurige toekomst in de huisvuilverbrandingsoven.

Met een beetje geluk belanden plastic flessen waar ze horen: in de pmd-zak. Ze worden in een sorteercentrum gescheiden van de kartonverpakkingen en de blikjes en krijgen een tweede leven als vloerbekleding in de auto, straatmeubilair of als nieuwe petfles.